Festival op Kootwijker Zand moet door succes op zoek naar geldbron

Theater op ’t Zand moet op zoek naar geld

Bron : www.destentor.nl

Prachtig weer, een relaxte sfeer. Mensen die genieten van kunst, cultuur en natuur. Theater op ’t Zand, dat op het Kootwijkerzand wordt gehouden, had de afgelopen jaren de wind mee. Mond-tot-mond reclame deed de rest. Door de groei van het aantal bezoekers moet er wat gebeuren. Betaald parkeren is een van de opties.

Intiem was de laatste editie nog steeds te noemen, maar onontdekt is het festival al lang niet meer. ,,Onze uitstraling is heel professioneel”, beseft bestuurslid Johan van Omme. ,,De groei is aan de ene kant geweldig, we ontvangen graag veel mensen. We willen onze bezoekers in contact laten komen met kunst en cultuur. Zo laagdrempelig mogelijk.”

Parkeerwachters

Er zit echter een keerzijde aan het succes. Afgelopen jaar moesten parkeerwachters worden ingezet om de verkeersstromen in goede banen te leiden. Daar hing een prijskaartje van rond de 1.000 euro aan. En Staatsbosbeheer wil als terreinbeheerder dit jaar voor het eerst ook een vergoeding krijgen. Tel er bij op dat er meer podia en meer artiesten zijn en het is lastig om de begroting van ongeveer 50.000,- euro rond te krijgen.

,,We hebben de afgelopen twee jaar met de horeca stappen kunnen maken”, zegt Van Omme. ,,Het geld dat we daar verdienen kunnen we in het festival steken. Veel bezoekers gunnen het ons ook. Kopen bij ons wat te drinken en te eten. Het is in korte tijd een belangrijke bron van inkomsten geworden.”

Entree

Op Twitter wierp Van Omme een balletje op. ‘Stel, waarvoor bent u bereid het eerst te betalen?’ Entree, werd geopperd. Parkeergeld, was een andere mogelijkheid. ,,Het zijn proefballonnen”, benadrukt Van Omme. ,,We vinden het niet chic om mensen uit te nodigen en ze dan op kosten te ‘jagen’. Aan de andere kant: Parkeergeld betaal je vrijwel overal en je stimuleert zo ook mensen met de fiets te komen. We moeten onze ogen openhouden om het festival een mooie toekomst te kunnen bieden.”

Magazine

Nieuw voor de komende editie van zaterdag 15 juli is het maken van een magazine. De bedoeling is, zegt Van Omme, om het eerste nummer middels advertenties kostenneutraal uit te brengen en dan de komende jaren er een verdienmodel van te maken. ,,We kunnen in een magazine ook eens onze vrijwilligers in het zonnetje zetten”, aldus Van Omme, die net als het hele bestuur zelf ook vrijwilliger is. ,,Mensen die soms meer dan tien jaar met ons meedenken. We zeggen weleens gekscherend dat we een klap van de molen hebben gehad, zoveel tijd als er in wordt gestoken. Dan is het leuk om die mensen een podium te kunnen geven.”

‘Keerzijde van ons succes’

KOOTWIJK Theater op ’t Zand, het jaarlijkse cultuurevenement dat in de zomer op het Kootwijkerzand gehouden wordt, trekt sinds enkele jaren steeds meer bezoekers. De keerzijde daarvan is dat de organisatie te maken heeft met toenemende kosten. ,,We willen graag dat het evenement laagdrempelig en gratis blijft, maar dat wordt wel steeds lastiger”, zegt bestuurslid Johan van Omme.

Wouter van Dijk

Vooralsnog is het streven om voor het muziek- en theaterevenement op het zand dit jaar geen entree te heffen. ,,We hebben wel eens met elkaar gesproken over parkeergeld of bijvoorbeeld een vergoeding voor toiletbezoek, maar eigenlijk vinden we dat niet eerlijk, juist omdat we onszelf etaleren als een gratis evenement. Aan de andere kant, er moet wel wat gaan gebeuren.”

De organisatie van het evenement kost elk jaar 40.000 tot 45.000 euro, schat Van Omme globaal in. Vorig jaar beleefden we een topjaar, maar dat betekende ook dat we parkeerregelaars in moesten zetten. Vanaf dit jaar moeten we daarnaast ook jaarlijks een vergoeding gaan betalen aan Staatsbosbeheer. Tegelijkertijd wordt ons programma steeds professioneler, dus ook daar stijgen de kosten. Ook moeten we meer maatregelen treffen op het gebied van veiligheid.” Gemiddeld bezoeken jaarlijks ongeveer 4.000 mensen het evenement. ,,Waarbij we vooral blij zijn met de huidige mix van bezoekers uit de directe omgeving en uit steden als Amersfoort en Amsterdam.”